Zuid-Amerika kan armoede niet aan
Met uitzondering van Chili zijn de economieën van Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied het afgelopen jaar onvoldoende gegroeid om de armoede te verminderen die aan de basis ligt van de sociale onrust in die regio. Dat concludeert de inter-Amerikaanse ontwikkelingsbank (IDB) in een vorige week gepubliceerde studie van haar econoom Luis Londoño.
Volgens de studie daalde de inflatie van dertien procent in 1995 naar elf procent dit jaar, steeg het bruto produkt over dezelfde periode van 0,7 naar drie procent, en wordt voor 1997 zelfs rekening gehouden met een gemiddelde economische groei van vier à vijf procent.
Als dit lukt kan dat een begin markeren van een vermindering van werkloosheid en armoede op het Latina-continent, aldus Londoño. Maar om op die terreinen echt substantiële verbetering te krijgen is ongeveer 25 jaar van volgehouden vooruitgang en inspanning nodig, met name op het gebied van onderwijs waar extra investeringen nodig zijn in de orde van 0,5 en één procent van het interne bruto produkt van de Latijns-Amerikaanse landen. Dat betekent op grond van cijfers uit 1995 zes à twaalf miljard dollar per jaar.
In Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied leeft volgens het IDB-rapport 35 procent van de bevolking met een inkomen van ongeveer twee dollar per dag beneden de zogenaamde armoedegrens terwijl 86 miljoen personen met een inkomen van een dollar per dag zuchten onder ‘kritische armoede’. Een van de middelen die het rapport noodzakelijk acht voor het verminderen van werkloosheid en armoede is een flexibilisering van de arbeidsmarkt, iets waar de Latijns-Amerikaanse vakbeweging zich echter fel tegen verzet als een aanslag op de veroverde verworvenheden van de afgelopen veertig jaar. Maar als er op dit punt niets gebeurt, betekent dat toenemende ellende groeiend protest van dezelfde vakbeweging en het gevaar van sociale explosie, aldus de IDB-rapportage.
Chef-econoom Ricardo Hausmann van de IDB beklemtoont echter dat Latijns-Amerika “een democratisch continent is met als enige middel het overtuigen van de meerderheid. En als die nee zegt tegen nodige hervorming dan komt die er ook niet.” In het geval van de arbeidsmarkt, aldus Hausmann, lijdt een meerderheid van de Latijns-Amerikaanse bevolking onder de onverenigbaarheid van de economische realiteit en de realiteit van de gelden wetgeving.
Zo wordt de enorme informele sector van de Latijns-Amerikaanse economie niet gedekt door de huidige arbeidswetten. Bovendien stimuleren die huidige wetten de werkgevers allerminst om arbeidsintensief te werken en meer mensen aan te nemen. Wat weer ten koste gaat van de werkgelegenheid.
Hausmann: “Met de opening van de Latijns-Amerikaanse economieën voor de buitenwereld verliezen regionale bedrijven hun vroegere douanebescherming en hebben zij om te overleven en nieuwe arbeidsplaatsen te scheppen meer flexibiliteit nodig. Maar dat moet wel samengaan met het scheppen van instellingen die deze flexibiliteit sociaal aanvaardbaar maken en het inkomen van werknemers beschermen terwijl zi zich bewegen van de ene naar de andere werkgelegenheid. De huidige wetgeving voorziet daar niet goed in.”
Maar in het algemeen, zo concludeert Londoños’ IDB-rapport “is Latijn-Amerika op de goede weg” omdat de meeste landen daar de macro-economische evenwichten verbeteren dat onmisbaar is voor het opvoeren van de economische groei en voor het dirigeren van meer middelen naar sociale doeleinden.
Inheemse Brazilianen vrezen Bolsonaro: 'Het wordt een bloedbad'
Het jaar begint niet goed voor de inheemse bevolking van Brazilië. Jair Bolsonaro, die vandaag wordt beëdigd als nieuwe president van het land, moet weinig hebben van indianenreservaten.
“Het is een schande dat de Braziliaanse cavalerie niet zo efficiënt was als die van de Amerikanen, die hun indianen uitroeiden”, liet Bolsonaro zich in het verleden al eens ontvallen. De nieuwe president wil grondstoffen winnen in de inheemse gebieden. Op dit moment is dat zo goed als onmogelijk vanwege de beschermde status ervan.
Bovendien ergert de ‘Braziliaanse Trump’ zich aan de omvang van inheemse territoria. “Als het aan mij ligt”, beloofde Bolsonaro zijn aanhang, “komt er geen centimeter indiaanse grond meer bij.” Die boodschap komt hard aan bij de inheemse Brazilianen, die vaak al jaren hopen op formele erkenning en afbakening van hun territoria.
Vanaf mijn balkon op de tiende verdieping van een torenflat in Sao Paulo, heb ik uitzicht op de Pico do Jaragua – het hoogste punt van de miljoenenstad. Op de hellingen van die berg wonen een paar honderd Guarani-indianen in het kleinste reservaat van het land. Na een ritje van een half uur sta ik in een andere wereld.
David, een van de leiders van het reservaat, ontvangt me in het traditionele gebedshuis van de kleine nederzetting. Het staat er blauw van de rook van David’s beschilderde pijpje. “De regering gaf ons eind jaren tachtig een gebied van 1,7 hectare. Dat zijn amper twee voetbalvelden.”
De Guarani maken zich zorgen over de nieuwe president
De Guarani-Mbya van Sao Paulo strijden al jaren voor uitbreiding van hun grondgebied. Hoewel ze op papier inmiddels flink wat extra land toegewezen hebben gekregen, moet de formele afbakening en definitieve erkenning nog komen. “Dat proces kan zo maar twintig jaar duren”, legt David uit.
Ubers en armoede
Het Jaragua-reservaat is misschien niet wat de meeste mensen zich voorstellen van een indianenreservaat. Het ligt aan een drukke weg en soms zie je tussen de bomen de skyline van Sao Paulo. De Guarani-Mbya doen boodschappen in een supermarkt en kunnen met hun smartphone een Uber bestellen.
Toch vind je hier veel van de problemen die de inheemse Brazilianen kennen: armoede, de strijd om grond, het oprukken van de moderne wereld.
“Voor niet-inheemsen is de grond hier duur”, vertelt Sonia, een andere leider van dit kleine reservaat. Na uitgebreid overleg met David besluit ze ons te woord te staan. “Mensen die zeggen dat ze grond bezitten, azen op dit gebied, om wegen aan te leggen of huizen te bouwen.” Sonia vreest dat de nieuwe regering onder Bolsonaro deze mensen aanmoedigt.
David knikt instemmend. “We zijn eigenlijk al heel lang in oorlog. Braziliaanse regeringen hebben onze rechten nog nooit gerespecteerd”, zegt hij. “Ook linkse regeringen niet.” David vreest het ergste onder Bolsonaro’s bewind. “Het wordt een bloedbad”.
Landconflicten
De jonge leider van de Guarani-Mbya in Sao Paulo vreest dat landconflicten rond inheemse gebieden heviger worden door de uitspraken van de uiterst rechtse politicus. “Grootgrondbezitters, illegale mijnwerkers of veeboeren in de Amazone voelen zich nu gesterkt”, denkt hij. “Ze denken dat ze onze gebieden kunnen binnenvallen, ons land kunnen overnemen.”
De oudere Sonia deelt die angst. “Ik verwacht ook hier problemen, in ons reservaat. Misschien niet zozeer fysiek geweld, maar het afpakken van ons land is ook een vorm van geweld.”
Bolsonaro blijft benadrukken dat hij de inheemse bevolking goedgezind is. “Niemand wil hen iets aandoen. Maar de reservaten zijn te groot.” Bolsonaro verwees daarvoor naar het territorium van de Yanomami, in de Braziliaanse Amazone.
Dat is volgens Bolsonaro twee keer zo groot als de deelstaat Rio (of, zo je wilt: ruim twee keer Nederland). “En dat voor een bevolking van misschien 9000 indianen.” Bolsonaro is onder meer bang dat de indianenreservaten uitgroeien tot onafhankelijke landen.
In het gebedshuis pakt David zijn gitaar en zet een lied in ter ere van zijn inheemse god. Als de klanken van het laatste akkoord langzaam verdwijnen, verzucht hij strijdlustig dat hij niet van plan is om zich zomaar gewonnen te geven. “Als het moet, verdedigen we onze rechten en ons grondgebied met ons leven.”
